Home » Algemeen » Er gaan 2 kilo aardappels in 1 kilo frites: waar blijft de rest?
Er gaan 2 kilo aardappels in 1 kilo frites: waar blijft de rest?

Er gaan 2 kilo aardappels in 1 kilo frites: waar blijft de rest?

08-05-2018 | Per jaar wordt 2 miljoen ton voedsel verspild in Nederland. Om voedselverspilling effectief aan te pakken moet inzichtelijk zijn waar in de keten de verspilling plaatsvindt. Niet elk bedrijf heeft dit inzicht, fritesproducent Lamb Weston / Meijer wel. En daar is het bedrijf ook nog eens volledig transparant over. “Om 1 kilo frites te maken is 2 kilo aardappelen nodig. Het is zaak om niet vermijdbare reststromen zowel ecologisch als economisch zo hoog mogelijk te verwaarden.”

Wereldwijd wordt ruim 30 procent van het geproduceerde voedsel verspild. “Eén op elke drie geproduceerde calorieën belandt dus niet in de mond van consumenten”, bevestigt Jolanda Soons, duurzaamheidsmanager bij Lamb Weston / Meijer. In de aardappelketen vindt de meeste voedselverspilling plaats aan het begin, tijdens teelt en opslag, en aan het einde, bij de consument. Dat is niet alleen verspilling van kostbaar voedsel, maar ook van energie, land en water dat voor voedselproductie is ingezet. “Een kwart van alle CO2-emissies wereldwijd wordt direct veroorzaakt door de teelt van landbouwgewassen voor productie van voedsel en veevoer”, weet Soons.

Voedselketens sluiten volgens circulair model

Voordat de begrippen ‘duurzaamheid’ en ‘circulaire economie’ gemeengoed waren omarmde Lamb Weston / Meijer al een integrale duurzaamheidsstrategie. Eén van de pijlers in deze strategie is het thema ‘Aardappel & Afval’. Hierbij draait het niet alleen om het tegengaan van verlies en verspilling van voedsel. Het uiteindelijke doel is om volgens een circulair model voedselketens te sluiten. Dat betekent dat er geen afval ontstaat, je verliezen en verspilling tijdens productie zoveel mogelijk vermindert en niet vermijdbare reststromen zo hoog mogelijk worden verwaard.

Wat de aardappelverwerker betreft is een duurzame ambitie niet alleen noodzaak maar ook business. “Wereldwijd had geen van onze concurrenten duurzaamheid opgepakt in 2011. Wij zagen kansen om ons op dit thema strategisch te onderscheiden”, blikt Soons terug. “Een typisch voorbeeld van Nederlands ondernemerschap en een cultuur om uitdagingen om te zetten in kansen”.

Soons benadrukt bovendien dat ze niet aan ‘aaibare duurzaamheid’ doen. “Wij hebben ingezet op het maken van impact. Dat is nu een hip woord maar wij hebben daar zeven jaar geleden bewust voor gekozen.” Soons vervolgt: “om impact te realiseren moet je eerst weten wat de belangrijkste issues zijn voor jouw product en waar voor jouw bedrijf dus de belangrijkste uitdagingen liggen. Deze bepalen de materiële thema’s om impact te maken, waarna er concrete en meetbare doelstellingen aan verbonden kunnen worden.”

Hoeveel voedsel gaat verloren en wordt verspild?

Een uitgebreide studie in 2013 was daarom cruciaal voor Lamb Weston / Meijer om het verlies en de verspilling in de fritesketen van ‘veld tot vork’ in kaart te brengen. Het onderscheid tussen verlies en verspilling is belangrijk. Verlies gaat over wat niet langer als voedsel kan worden ingezet, maar wel op een andere nuttige manier wordt gebruikt, zoals voor veevoer of biobased producten.

Dit is het geval bij aardappelstoomschillen, die als lokaal veevoer dienen en vooral door varkens worden opgegeten. Organische reststromen uit de levensmiddelenindustrie die in een biovergister belanden, voor opwekking van biogas, worden technisch wel meegerekend als voedselverspilling. Aardappelen die op het land achterblijven na de oogst, of wegrotten tijdens bewaring horen ook tot verspilling. En aardappelen die consumenten thuis in de kliko gooien, gelden uiteraard ook als voedselverspilling.

Voor het produceren van 1 kilo frites is ongeveer 2 kilo aardappelen nodig. Wat gebeurt er met die andere kilo? Lamb Weston / Meijer heeft dit inzichtelijk gemaakt via een massabalans, opgesteld in 2013, waarin per processtap is becijferd hoe groot het verlies is. Daarnaast hebben zij de bestemming van de reststroom weergegeven. Daaruit blijkt dat een aanzienlijk deel van de massa die verloren gaat bestaat uit water, dat verdampt tijdens vooral het voorbakken van de frites, dit varieert van 12 tot wel 20 procent.

Aardappelen komen de fabriek binnen met aanhangende aarde en stenen, ofwel ‘tarragrond’. Dit is 14 procent van het totaalgewicht en gerelateerd aan de oogstomstandigheden per jaar. Deze ‘schone grond’ wordt ingezet om land op te hogen in daarvoor aangewezen lagergelegen gebieden. Derde grote verliespost is het schillen van de aardappelen, omdat wereldwijd de meeste consumenten hun frites het liefst zonder schil eten. Stoomschillen zorgt voor 7 procent schilverlies. Dat is relatief weinig, met handmatig  schillen, zelfs met een dunschiller, verlies je ongeveer 20 procent aan schil.

In totaal ontstaan bij Lamb Weston / Meijer jaarlijks zo’n 350 miljoen kilo aan reststromen. Hiervan krijgt 99,7 procent nu al een nuttige herbestemming. Streven naar 100 procent hergebruik is voor het bedrijf niet ambitieus genoeg. De focus ligt allereerst op het verder voorkomen en verminderen van interne verliezen. Daarna komt het zo hoog mogelijk verwaarden van niet vermijdbare reststromen. Dat vraagt om visie, innovatie, samenwerking en investeringen.

Vermarkten van reststromen

Binnen het bedrijf bestonden al veel goede ideeën voor betere verwaarding van de reststromen. Sinds drie jaar is er in het new business development team iemand aangesteld die zich bezighoudt met het ontwikkelen van nieuwe producten en afzetmarkten op dit gebied. De vele goede ideeën zijn teruggebracht tot een shortlist met de beste kansen, die in samenwerking met andere partijen zoals Wageningen Food & Biobased Research worden onderzocht.

“We moeten namelijk eerst onderzoeken of een idee ook op lab-schaal werkt. En daarna is de vraag of het ook economisch rendabel is”, legt Soons uit. “Een voorbeeld zijn onze aardappelstoomschillen. Die worden nu rechtstreeks als veevoer ingezet. Dat is nuttig en geen voedselverspilling. Maar hierin zitten ook waardevolle nutriënten die direct als voedselingrediënt gebruikt kunnen worden. Wellicht kunnen we hier meer uithalen.”

Daarom heeft Lamb Weston / Meijer binnen het CARVE-onderzoeksprogramma met Wageningen Food & Biobased Research onderzocht hoe suikers uit aardappelstoomschillen gehaald kan worden. Dat project is inmiddels afgerond. “Volgende stap is om te kijken we of we ook aardappeleiwit op een economisch rendabele manier uit de schillen kunnen halen. Daarin zit een nog hogere voedings- en economische waarde. Plantaardige eiwitten zijn de toekomst en aardappeleiwit is allergeenvrij”, legt Soons uit.

Een ander innovatief project waar Soons enthousiast over is, richt zich op het hoogwaardig inzetten van wit (natief) aardappelzetmeel. Dit zetmeel komt vrij bij het snijden van aardappelen tot frites. “Door de goede plak- en bindingseigenschappen wordt het nu gebruikt voor bioplastics, behanglijm en boorspoeling”, vertelt Soons. Ook deze toepassingen vallen niet onder voedselverspilling en economisch gezien levert dat aardig wat op, maar er gaan wederom voedingsnutriënten verloren. Het is daarom volgens Soons nóg beter zijn als dit witte aardappelzetmeel zijn ‘food grade’ status behoudt. Nu gaat deze verloren tijdens opslag en transport, omdat dit rauwe aardappelzetmeel snel fermenteert en verzuurt. Dit kan worden voorkomen door het zetmeel op locatie te wassen en te drogen, waarna het als ingrediënt voor eigen producten kan worden gebruikt. “Dit is technologisch mogelijk maar vergt wel een grote investering”, stelt Soons.

Meer halen uit grondstoffen

Nog niet alle bedrijven zijn zo voortvarend bezig met hun reststromen en het ontbreekt vaak aan transparantie. Dat komt doordat reststromen een gevoelig onderwerp zijn voor producenten. Bedrijven willen concurrenten geen inzicht geven in hun reststromen. Daarnaast heeft voedselverspilling een negatieve bijklank. “Men schaamt zich over het feit dat goede voedingsmiddelen worden weggegooid”, denkt Soons. Dat kan echter anders aangepakt worden.

“Je kan het bijvoorbeeld van de andere kant benaderen en je juist richten op het optimale uit je grondstoffen halen”, schetst Soons. Lamb Weston / Meijer werkt aan het verbeteren van de ‘aardappelbenutting’. “Het is ons doel om deze in 2020 per ton geconsumeerd eindproduct met 10 procent te verhogen ten opzichte van 2008. Door het optimaliseren van grondstofgebruik in de producten, waarvoor de grondstof is geteeld, wordt de milieuvoetafdruk van je product ook lager. Er is immers minder land, energie en water nodig om dezelfde hoeveelheid eindproduct te produceren. Dit verlaagt ook je CO2-uitstoot.”

Het helpt ook om vanuit een business-perspectief te communiceren. “Het gaat immers om je eigen grondstofefficiëntie. Wat je niet verspilt hoef je ook niet in te kopen. Dat heeft een positief effect op de kostprijs”, beargumenteert Soons. Lamb Weston / Meijer heeft daarop al mooie resultaten geboekt en haar relatieve aardappelgebruik in 2017 met 7 procent teruggebracht ten opzichte van 2008. De impact daarvan is enorm gezien de 1,5 miljoen kilo aardappelen die jaarlijks worden verwerkt in zes fabrieken.

Voedselverspilling tegengaan met ketenpartners

Om voedselverspilling tegen te gaan is echter iedereen in de keten nodig. Lamb Weston / Meijer vindt het daarom belangrijk om ketenpartners mee te krijgen in een circulaire benadering van de reststromen. Het bedrijf is mede om die reden transparant over haar duurzaamheidsdoelstellingen en prestaties: “Wij delen onze cijfers en best practices sinds 2012.”

Soons is tevens voorzitter van de duurzaamheidscommissie van de Europese branchevereniging voor aardappelverwerkers (EUPPA). Ook daar is voedselverspilling vijf jaar geleden bovenaan de agenda gezet. Toch zijn sommige bedrijven in de sector ook nog terughoudend in het delen van gegevens over reststromen, zelfs al gaat het alleen om volumes en bestemming.

Tenslotte is Lamb Weston / Meijer één van de 25 partners van de Taskforce Circular Economy in Food (TCEiF). De Taskforce is een samenwerkingsverband van Wageningen University & Research, het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (voorheen EZ) en de Alliantie Verduurzaming Voedsel. Het doel is om voedselverspilling zoveel mogelijk te voorkomen en te verminderen, met focus op het beter verwaarden van reststromen uit de voedingsindustrie. De samenwerking met de overheid is belangrijk om bedrijven te helpen die wel circulair willen opereren, maar die door wet- en regelgeving worden beperkt. Aanpassen van spelregels is daarom een thema binnen de Taskforce.

Obstakels richting een circulaire economie

Een voorbeeld daarvan is het aerobe zuiveringsslib uit de eigen waterzuiveringsinstallaties van Lamb Weston / Meijer. “Dat is een natuurlijke meststof, die stikstof, fosfaat en kalium bevat, een hoog organisch stofgehalte, maar ook zink, magnesium en calcium afkomstig uit onze aardappelen. Dit mag in Nederland en België echter niet in de landbouw worden gebruikt, maar wel in EU-landen zoals Duitsland en Frankrijk. In plaats daarvan moeten wij het voor veel geld in Moerdijk laten verbranden”, vertelt Soons. “Dit is ons een doorn in het oog en kost ons jaarlijks een kwart miljoen euro. En dat terwijl het een nuttige rol kan vervullen in de akkerbouw, waar oude kleigronden een tekort hebben aan micronutriënten zoals zink en borium. We hoeven geen geld toe voor dit zuiveringsslib, maar wensen dat het nuttig wordt aangewend in de circulaire economiegedachte.”

Ook is het soms moeilijk om afzetmarkten te vinden voor circulaire producten. Soons noemt struviet (Ammonium Magnesium Fosfaat) als voorbeeld. Het bedrijf heeft enorme investeringen gedaan om met hun eigen waterzuiveringsinstallatie fosfaten terug te winnen uit het proceswater. “Dat doen we sinds 2008 maar in Nederland is geen afzetmarkt voor struviet omdat we een mestoverschot hebben. Aan deze investering verdienen we dus niets”, onthult Soons.

“De fosfaatvoorraad is wereldwijd echter eindig. De voorspelling is dat er nog tot het einde van deze eeuw een makkelijk winbare voorraad is. Zonder fosfaten kunnen planten niet groeien en is er uiteindelijk geen leven meer mogelijk op aarde. Het is dus belangrijk om nu te investeren om deze stoffen terug te winnen.”

Er is nog veel werk aan de winkel in de overgang naar een circulaire economie. Soons wil er daarom voor zorgen dat meer bedrijven uit de sector aanhaken bij de Taskforce (TCEiF). “Samen kunnen we van elkaar leren en een grote slag maken.”

Artikel van: Duurzaambedrijfsleven.nl

 

Scroll To Top