Home » Algemeen » Hoe kunnen we het weggooien van peren vermijden?
Hoe kunnen we het weggooien van peren vermijden?

Hoe kunnen we het weggooien van peren vermijden?

25-04-2019 | Het is weer zover. Elk jaar zien we een plotse crisis in onze landbouwsector die leidt tot ongelofelijke verkwisting van appels, peren, komkommers, paprika’s, … Zeker, elke keer gaat iets anders verloren, maar zien we niet dat ons voedselsysteem lijdt aan een structureel verspillingsprobleem? Hoe komt dit, en minstens even belangrijk, wat kunnen we er aan doen?

Cosmetische eisen

In de volledige landbouwsector ontstaan er naar schatting 449.000 ton voedselreststromen waarvan 63 procent in de tuinbouw. Dit is goed voor zo’n 283.000 ton waarvan 250.000 ton groenten en 33.000 ton fruit. Deze zware voedselverspilling is vooral te wijten aan cosmetische kwaliteitseisen.

De Vlaamse landbouwers lijden gemiddeld onder een afzetverlies van 10 procent omdat hun producten moeten voldoen aan specifieke eisen in verband met kleur, vorm en afmetingen. De retailindustrie oppert dat deze cosmetische eisen onder andere bedoeld zijn om de handel te bevorderen, het verpakkings- en logistieke proces te optimaliseren en productdifferentiatie mogelijk te maken.

Het gevolg is echter dat door deze hoge eisen meer dan twee derde van de landbouwers een deel van zijn/haar afzet niet kan verkopen in het beoogde afzetkanaal. Een belangrijke oorzaak hiervan zijn de onvoorspelbare klimaatomstandigheden. De natuur produceert geen “perfecte” groenten en fruit aan de lopende band. In combinatie met deze hoge cosmetische standaarden leidt dit dus tot enorm veel voedselverlies.

De gevolgen zijn niet te onderschatten: een enorme hoeveelheid fruit en groenten verdwijnt uit de humane voedselketen. Het overgrote deel verlaat de velden zelfs nooit. Zo’n 62 procent van de overschotten wordt opnieuw omgeploegd. Een deel gaat naar veevoeder (18 procent), daarna compostering (6 procent) en vergisting (5 procent). Negen procent heeft een onbekende bestemming.

Planet, people, profit

We zetten ons leefmilieu stevig onder druk om voedsel te produceren dat we nooit zullen opeten. Ongeveer 29 procent van alle broeikasgassen zijn te wijten aan voedselproductie, terwijl een derde van deze voedselproductie wordt weggegooid. Bovendien kruipt in voedselproductie een enorme hoeveelheid aan grondstoffen. Voor elke appel- en perenboom hebben we bijvoorbeeld ongeveer 200 liter water per dag nodig om vruchten te produceren.

Daarnaast staat de herbestemming van voedsel buiten de menselijke voedselketen in schril contrast met de wereldwijde voedselarmoede. Ook in België is dit een realiteit, in 2017 klopte namelijk een recordaantal van 157.151 mensen aan voor een voedselpakket bij de Belgische voedselbanken.

Voor de boeren zelf betekent deze misoogst een financieel fiasco. “Minderwaardige” peren oogsten is vaak duurder dan ze laten hangen, en peren die toch het veld verlaten worden dan ook met verlies verkocht.

Wat kunnen we hieraan doen?

Deze crisis lijkt ondertussen een jaarlijks ritueel geworden. Het is ons alvast duidelijk dat enkele structurele veranderingen noodzakelijk zijn om een duurzame oplossing te bieden.

Laten we onze fruit en groenten niet langer bodyshamen. De afschaffing van de strenge cosmetische standaarden vraagt actie op het niveau van zowel de Retail sector als de Europese Commissie.

Zo bepaalt de Europese Unie de wettelijke kwaliteitsstandaardenvoor 10 soorten fruit en groenten, waaronder peren. Deze stellen eisen voor de vorm, afmeting en kleur. Aan de hand van deze normen worden de producten in drie nauwkeurig beschreven klassen ingedeeld: Extra, Klasse I en II.

In 2008 werden reeds 26 groenten en fruitsoorten vrijgesteld van deze normen. De overblijvende 10 soorten maken echter 75 procent uit van de geldwaarde van de fruit- en groenteverkoop. De normen voor deze laatste 10 soorten afschaffen zou dus een enorme overwinning betekenen voor onze Belgische boeren.

Daarnaast houden retailers er zelf kwaliteitseisen op na, die vaak zelfs strenger zijn dan de Europese. De aanpassing van wettelijke belemmeringen zijn dus niet voldoende zolang er private kwaliteitseisen bestaan. Deze kunnen plaats maken voor lossere richtlijnen die de natuurlijke loop van voedselproductie respecteren. Geen standaarden op basis van grootte, kleur en vorm, maar bijvoorbeeld op basis van intactheid, gezondheid en afwezigheid van plagen. Komt er een supermarkt die de strenge cosmetische standaarden overboord gooit? Wij geloven alvast dat dat initiatief op een enorme sympathie van de consument zou kunnen rekenen.

De velden vol perfect eetbare tomaten en paprika’s die vorig jaar op velden werden gedumpt staan nog op ons netvlies gebrand. Het is momenteel echter zeer moeilijk in te schatten om hoeveel voedsel het precies gaat. Nochtans kunnen we alleen door te meten weten waar het werk zit en of onze inspanningen impactvol zijn. Transparantie vanuit alle schakels van de voedselketen via consistente rapporteringen is dus noodzakelijk.

De peren- en appelteelt is bij ons ontwikkeld, dus men heeft vroeger al heel veel mogelijkheden bedacht om met overschotten aan de slag te gaan. Het is nu een kwestie om deze te herontdekken. Perensap of -moes, calvados, siroop, taart, cider, … zijn allemaal lekkere manieren om minderwaardig fruit te valoriseren. Elk jaar reikt FoodWIN een Food Waste Award uit aan een voedingsbedrijf dat creatief innoveert met voedselsurplus. Zo maakt bijvoorbeeld Stokerij Vanderlinden, een finalist van de Food Waste Awards 2019, geestrijke dranken van minderwaardig fruit.

Wanneer in de zomer van 2016 een plots Russische embargo op Belgische appels en peren de Belgische fruitteelt deed daveren, voegde FoodWIN zelf de daad bij het woord met Juice For Change. We schoten in actie en, redden zo 7 ton appels en persten 4500 liter sap.

Maar ook wij moeten niet bij de pakken blijven zitten. De Retail sector werpt vaak op dat de consument te kieskeurig is, en zogenaamd “graait” naar de grootste, meest perfecte producten. Het is aan ons om te bewijzen dat we ook een kleiner peertje lusten, of eentje met een deuk en een krom hoofd.

Geef dus een duidelijk signaal, en laat de imperfecte stukken niet verkommeren in de rekken van de supermarkt. De gemiddelde Vlaming eet slechts 52 tot 68 procent van de aanbevolen hoeveelheid fruit, dus een tandje bijsteken kan nog. Om de lokale landbouw te steunen vervang je nu dus best je banaan door twee lekkere Belgische seizoenspeertjes bij het ontbijt. En serveer eens lokaal perensap bij de volgende receptie?

Kortom, size doesn’t matter, but right now, smaller is better.

Bron: VRT

Scroll To Top