Home » Uit de praktijk » Relevante onderzoeken » Bepaling voedselverspilling in huishoudelijk afval Nederland 2016

Bepaling voedselverspilling in huishoudelijk afval Nederland 2016

21-03-2017 | In opdracht van de Ministeries van Infrastructuur en Milieu en van Economische Zaken, gecoördineerd door het Voedingscentrum en onder begeleiding van Milieu Centraal en Rijkswaterstaat Leefomgeving is met dit onderzoek omvang en samenstelling van de voedselverspilling bij huishoudens in Nederland voor de derde keer gedetailleerd in kaart gebracht. Het betreft een herhaling van de metingen die in 2010 en 2013 zijn
uitgevoerd.

Zonder de medewerking van de volgende 13 gemeenten waar de monsters zijn genomen (waarvan 11 gemeenten reeds voor de 3e maal hun medewerking verleenden) was dit onderzoek niet mogelijk geweest: Amsterdam, Apeldoorn, Arnhem, Assen, Blaricum, De Friese Meren, Drechterland, Harderwijk, Rijswijk, Rotterdam, Son en Breugel, Staphorst en Waddinxveen.

Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van landelijk beleid dat wordt ingezet om voedselverspilling terug te dringen. Doel is na te gaan welke ontwikkelingen sinds de eerste meting in 2010 en de tweede meting in 2013 zijn waar te nemen.

Voedselverspilling in het restafval en het GFT-afval
De omvang en samenstelling van voedselverspilling via huishoudelijk restafval en GFTafval is bepaald door sorteeranalyses van 130 monsters restafval (afkomstig van 130 huishoudens uit 13 gemeenten) en 110 monsters GFT-afval (afkomstig van 110 huishoudens uit 11 van deze 13 gemeenten). Aan de 11 gemeenten waar in 2010 en 2013 de monsters zijn genomen, zijn twee gemeenten toegevoegd waar het ingezamelde restafval via een nascheidingsinstallatie wordt verwerkt.

In totaal is 4.533 kilogram afval ingezameld en gesorteerd, waarvan 2.527 kilogram restafval (afkomstig van 130 huishoudens) en 2.006 kilogram GFTafval (afkomstig van 110 huishoudens). De figuur rechts geeft de hoeveelheid aangetroffen vermijdbare (eetbaar en dus verspilling) en onvermijdbare (oneetbaar, zoals schillen en botten) voedselresten in het rest- en GFT-afval aan (in kilo’s) voor 2016.

Voor het bepalen van de landelijke gegevens is in eerste instantie de samenstelling per monster bepaald, in tweede instantie de samenstelling per gemeente (het gemiddelde van de 10 monsters uit die gemeente) en in derde instantie zijn deze gemeentelijke gemiddelden gewogen opgeteld.

Onderstaande tabel geeft de verwijdering van de voedselrestanten in 2016 weer in kilogram per inwoner. Van de 62,2 kg voedselrestanten die jaarlijks per Nederlander wordt weggegooid, is 29,5 kg onvermijdbaar en 32,7 kg vermijdbaar. Van deze vermijdbare voedselresten was 4,3 kg door de huishoudens zelf bereid (gekookt, gebakken) en 5,4 kg was nog onaangeroerd (in de gesloten verpakking of ‘in de schil’).
Vergeleken met de voorgaande analyses (2010 en 2013) zijn geen significante stijgingen of dalingen
aangetroffen, zie de figuur rechts. Wel heeft een verschui-ving plaatsgevonden van de hoeveelheid voedselverspilling in restafval naar de hoeveelheid voedsel-verspilling in gft-afval. Ook op gedetailleerder niveau van hoofdcom-ponenten zijn de resultaten met 2013 vergelijkbaar.

Lees hier het hele artikel

Scroll To Top