Home » Uit de praktijk » Relevante onderzoeken » Bepaling voedselverspilling in huishoudelijk afval Nederland 2016
Bepaling voedselverspilling in huishoudelijk afval Nederland 2016

Bepaling voedselverspilling in huishoudelijk afval Nederland 2016

In opdracht van de Ministeries van Infrastructuur en Milieu en van Economische Zaken,
gecoördineerd door het Voedingscentrum en onder begeleiding van Milieu Centraal en
Rijkswaterstaat Leefomgeving is met dit onderzoek omvang en samenstelling van de
voedselverspilling bij huishoudens in Nederland voor de derde keer gedetailleerd in
kaart gebracht. Het betreft een herhaling van de metingen die in 2010 en 2013 zijn
uitgevoerd.
Zonder de medewerking van de volgende 13 gemeenten waar de monsters zijn
genomen (waarvan 11 gemeenten reeds voor de 3e maal hun medewerking
verleenden) was dit onderzoek niet mogelijk geweest: Amsterdam, Apeldoorn,
Arnhem, Assen, Blaricum, De Friese Meren, Drechterland, Harderwijk, Rijswijk,
Rotterdam, Son en Breugel, Staphorst en Waddinxveen.
Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van landelijk beleid dat wordt ingezet om
voedselverspilling terug te dringen. Doel is na te gaan welke ontwikkelingen sinds de
eerste meting in 2010 en de tweede meting in 2013 zijn waar te nemen.

Voedselverspilling in het restafval en het GFT-afval
De omvang en samenstelling van voedselverspilling via huishoudelijk restafval en GFTafval
is bepaald door sorteeranalyses van 130 monsters restafval (afkomstig van 130
huishoudens uit 13 gemeenten) en 110 monsters GFT-afval (afkomstig van 110
huishoudens uit 11 van deze 13 gemeenten). Aan de 11 gemeenten waar in 2010 en
2013 de monsters zijn genomen, zijn twee gemeenten toegevoegd waar het ingezamelde
restafval via een nascheidingsinstallatie wordt verwerkt.

In totaal is 4.533 kilogram afval ingezameld
en gesorteerd, waarvan 2.527
kilogram restafval (afkomstig van 130
huishoudens) en 2.006 kilogram GFTafval
(afkomstig van 110 huishoudens).
De figuur rechts geeft de hoeveelheid
aangetroffen vermijdbare (eetbaar en
dus verspilling) en onvermijdbare
(oneetbaar, zoals schillen en botten)
voedselresten in het rest- en GFT-afval
aan (in kilo’s) voor 2016.

Voor het bepalen van de landelijke gegevens is in eerste instantie de samenstelling per
monster bepaald, in tweede instantie de samenstelling per gemeente (het gemiddelde
van de 10 monsters uit die gemeente) en in derde instantie zijn deze gemeentelijke
gemiddelden gewogen opgeteld.
ii
Onderstaande tabel geeft de verwijdering van de voedselrestanten in 2016 weer in
kilogram per inwoner. Van de 62,2 kg voedselrestanten die jaarlijks per Nederlander wordt weggegooid, is 29,5 kg onvermijdbaar en 32,7 kg vermijdbaar. Van deze
vermijdbare voedselresten was 4,3 kg door de huishoudens zelf bereid (gekookt,
gebakken) en 5,4 kg was nog onaangeroerd (in de gesloten verpakking of ‘in de schil’).
Vergeleken met de
voorgaande analyses (2010 en 2013) zijn geen significante stijgingen of dalingen
aangetroffen, zie de figuur rechts.
Wel heeft een verschui-ving plaatsgevonden van de hoeveelheid voedselverspilling in
restafval naar de hoeveelheid voedsel-verspilling in gft-afval.
Ook op gedetailleerder niveau van hoofdcom-ponenten zijn de resultaten met 2013
vergelijkbaar.

Lees hier het hele artikel

Scroll To Top